Gemengd koor

Cantamabile

Hamme

 

Welkom
Wie zijn we
Werking
Komende activiteiten
Voorbije activiteiten
Nieuwe leden
Contactpersonen
Ledenpagina
Repertoire
Links

DE MUZIAKE GESCHIEDENIS VAN DE MIS

Cantamabile heeft reeds een viertal mooie kyriales ingestudeerd, waaronder één van Mozarts 17 missen, een mis van de Luikse componist Fernand Mawet, een missa brevis van Charles Gounod en de "Mass for four voices" van William Byrd.

Het loont de moeite om eens in de geschiedenis te duiken van het eeuwenoude "ordinarium" van de katholieke liturgie. Aan de hand van de vele muziekversies waarin dit ordinarium door de eeuwen heen getoonzet werd (en nog steeds wordt) kan men haast een hele muziekgeschiedenis samenstellen.

Slechts tegen het einde van de 11de eeuw werden de gekende, vaste delen van de mis onverbrekelijk met elkaar verbonden. Het Sanctus-Benedictus (het driemaal heilig voor de Drievuldigheid) is het oudste deel en dateert reeds uit de 2de eeuw. Het "Kyrie" uit een litanie is sinds de 5de eeuw aanwezig en in het Grieks behouden. Het "Agnus Dei", eveneens een litanie-bede om ontferming, werd op het einde van de 6de eeuw in de mis opgenomen. Ook het 'Ite missa est', de zending bij het slot van de mis, werd door veel componisten op muziek gezet. Het Credo, dat alle geloofspunten bevat (de tekst is vastgelegd door het Concilie van Nicea van 589), is sinds 1014 deel van de mis. Chronologisch kwam het "Gloria" (oorspronkelijk alleen op Kerstdag gezongen) het laatst in de mis, tegen het einde van de 11de eeuw.

Terwijl het Gregoriaanse "proprium" (de gezangen eigen aan de dag of het feest) reeds rond 800 zijn definitieve vorm had gekregen, begon men slechts in de 13de eeuw ermee om ook delen van het ordinarium afzonderlijk op muziek te zetten. Geleidelijk werden de delen van het ordinarium, afkomstig van verschillende componisten, tot cycli samengevoegd. Het duurde niet lang meer tot ook de eerste volledige ordinariumcomposities tot stand kwam.

Het was Guillaume de Machaut die in 1360 als eerste een volledige " mis " componeerde: de " Messe de Notre-Dame " die nog steeds bewaard is. Hij was werkzaam in Avignon, waar onder Franse druk de pauselijke zetel was overgebracht, samen de beste Europese componisten van die tijd. Vanaf de 15e eeuw werd de mis steeds meer als een gesloten kunstwerk gecomponeerd en ontstond het muzikale genre van de mis. De componist werd hierbij uitgedaagd om de vijf delen van de mis tot één muzikaal geheel uit te werken. Dit werd onder andere bereikt door alle delen op een gemeenschappelijk voorbeeld te betrekken, dat gevonden werd in zowel liturgische als wereldlijke liederen. Deze "parodiemissen" groeiden zelfs uit tot een eigen genre. Pierre Certon componeerde in die stijl een mis "Sur le pont d'Avignon" en Van Weerbecke maakte er een met "Princesse d'amourettes". Zij konden rekenen op heel wat kerkelijke protesten. Onder de miscomponisten ontstond zelfs een soort wedstrijd waarbij de liturgische teksten lang niet meer centraal stonden. Het concilie van Trente (1545-63) zette echter orde op zaken en stelde Giovanni da Palestrina tot voorbeeld voor een meerstemmige kerkmuziekstijl.

Vanaf ongeveer 1600 kwamen binnen het genre van de miscomposities twee afzonderlijke muziekstijlen naast elkaar te staan: de concerterende mis, geschreven voor vocale solisten en instrumenten, en de polyfone mis voor a capella koor. In de 17de eeuw kwam de mis onder invloed van opera en oratorium. In de barok blijft de miscompositie 'conservatief" en bijgevolg meerstemmig, terwijl in andere muzikale genres de polyfonie stilaan verdrongen werd. Monteverdi's missen vormen hier een hoogtepunt van expressie en schoonheid. Met zijn indrukwekkende polyfone "Hohe Messe" bereikte J.S. Bach het hoogtepunt van de techniek van het contrapunt en de stijl van de polyfonie. Terwijl rond 1800 de oude en nieuwe stijl in de kerkmuziek goed naast elkaar stonden, zagen in de 19de eeuw - als bijna extreme tegenstelling - de monumentale, instrumentaal begeleide werken het licht, met als hoogtepunten de Missa Solemnis van Ludwig van Beethoven en de dodenmissen van Verdi en Berlioz. In de eerste helft van de 20ste eeuw verbond de romanticus Anton Bruckner de symfonische stijl met de klassieke polyfonie en werd zo het grote voorbeeld voor de miscomponisten.

Dat de delen van het ordinarium sedert hun ontstaan ongewijzigd behouden werden en ook het latijn de universele taal van de kerk bleef, leidde tot een bijna ontelbaar aantal miscomposities: Guillaume Dufay schreef er 9, Johannes Ockeghem 17, Jacob Obrecht 24, Josquin Desprez 18, de Mechelaar Philippus de Monte 48 en Orlandus Lassus 50. Met 105 vier- tot achtstemmige missen zorgde Palestrina wellicht voor een record. Hij was dan ook, van 1571 tot 1594, kapelmeester van de Sint-Pieter in Rome.

 

Klik hier om terug te gaan naar Repertoire.

Copyright © 2017  •  Gemengd Koor Cantamabile Hamme